De andere kant van orgaandonatie: Het hart heeft een geheugen

Het is een delicate kwestie, de discussie van wel of geen donorcodicil zijn. Ik ben er voor mezelf allang uit. Ik zal nooit te nimmer mezelf voor donorcodicil opgeven. Het is niet dat ik mijn medemens niet wil helpen, absoluut niet. Ik help ze juist graag, maar op andere manieren. 

Álle cellen van het lichaam zijn om de 7 jaar vervangen. Als volwassenen heb je nog herinneringen van toen je kind was. Als alle herinneringen in je hersenen worden opgeslagen, en deze hersencellen worden ook vervangen, hoe kun je dan die herinnering dan nog hebben? Dat komt dus door het cellulaire geheugen. Cellen slaan informatie op.

Vanuit een energetisch standpunt is het maar vreemd om andermans cellen in je lichaam te hebben (dit geldt ook voor bloedtransfusie). Hierdoor ben je letterlijk jezelf niet meer. 

Waarom wachten tot na je dood met het helpen van anderen? Het kan nu ook al.

Je hoeft je je niet schuldig te voelen dat je ‘nee’ op je donorkaartje hebt staan.  Jij bent verantwoordelijk voor je eigen beslissingen. Laat deze beslissingen gemaakt zijn op basis van een gezond verstand en niet omdat de maatschappij dat van je verwacht. 

De keuze is aan jou.

Met een transplantatie gaat ook een deel van de persoonlijkheid van de donor over

Glenda verloor haar echtgenoot David bij een auto-ongeluk. Zij stelt de organen van David ter beschikking voor transplantatie. Enkele jaren later ontmoet zij – in het kader van een onderzoek van de Amerikaanse psycho-neuro-immunoloog Paul Pearsall – de Spaanssprekende jonge man die het hart van haar overleden echtgenoot heeft ontvangen.

Geëmotioneerd vraagt Glenda of zij haar hand op de borst van de man mag leggen. ‘Ik hou van je, David, alles is copacetic’, zegt zij. De ook aanwezige moeder van de jonge man kijkt verschrikt op. Zij zegt: ‘Dat woord gebruikt mijn zoon tegenwoordig ook. Voor zijn harttransplantatie zei hij het nooit. Ik ken het woord niet, het bestaat niet in het Spaans. Maar het was het eerste wat hij zei na de operatie.’

En er blijkt nog meer veranderd in de jonge man. Hij was een vegetariër en zeer bewust van zijn gezondheid; tegenwoordig verlangt hij naar vlees en vet voedsel. Hij hield van heavymetal-muziek; tegenwoordig draait hij alleen nog rock-and-roll uit de jaren vijftig. Glenda vertelt dat haar man een vleesliefhebber was en dat hij speelde in een rock-and-rollband. Toevallig natuurlijk..?!

* * *

Heeft het hart een herinnering?

Gaat met een transplantatie ook een deel van de persoonlijkheid van de donor over naar de ontvanger van het orgaan?

“Jazeker!”, betoogt Pearsall in zijn boek ‘Het geheugen van het hart’. Het boek draagt een opwindend nieuw aspect aan in de huidige discussie over donorcodicillen. Pearsall geeft meer opmerkelijke voorbeelden van herinneringen van getransplanteerde harten.

Een 8-jarig joods jongetje komt om bij een auto-ongeluk. Zijn dood betekent echter de redding voor een 3-jarig Arabisch meisje met een ernstige hartafwijking.

Wanneer het meisje ontwaakt uit de narcose, vraagt zij haar moeder om een joods snoepje waarvan zij de naam niet kon kennen…

Een meisje van acht krijgt het hart van een meisje van tien dat werd vermoord. Het meisje komt terecht bij een psychiater, omdat zij wordt geplaagd door nachtmerries over de moordenaar van haar donor. Zij zegt dat zij de man kent. Na een aantal sessies besluit de psychiater de politie te waarschuwen en op aanwijzingen van het meisje wordt de moordenaar opgespoord. De man wordt veroordeeld met het bewijs dat het meisje levert: tijd, wapen, plaats, de kleren die hij droeg, wat het meisje dat hij had vermoord tegen hem had gezegd… Alles wat het meisje vertelde, bleek juist.

Universele hartsverbinding volgens Alex Grey (1987)

Het boek van Pearsall is gebaseerd op 73 gevallen van harttransplantaties waarbij met de transplantatie ook een deel van de persoonlijkheid van de donor bleek te zijn overgegaan.

Pearsall suggereert dat de hersenen niet het enige centrum van menselijke intelligentie zijn, maar dat ook het hart een intelligente kern is. Hij oppert dat het lichaam bestaat uit cellen die ‘informatie met zich meedragen.
Cellen dragen die informatie elektromagnetisch aan elkaar over. Zo kan het ook zijn dat een getransplanteerd orgaan ‘oude’ informatie blijft ‘uitzenden’, vergelijkbaar met de fantoompijn die mensen ervaren bij wie een ledemaat is geamputeerd.

Dergelijke verschijnselen suggereren dat cellen een herinnering hebben. Critici menen dat het niet is bewezen dat met de transplantatie van een orgaan ook een herinnering wordt overgeplant en zijn bang dat dergelijke beweringen het aantal donoren zal doen dalen. Soms wijten zij eventuele veranderingen in de persoonlijkheid aan de zware medicamenten die patiënten moeten slikken om afstoting te voorkomen.

Eenheid in afzonderlijkheid..

Eenheid in afzonderlijkheid..?

Maar wat moeten we nu denken van het gedocumenteerde verhaal van een achtjarig joods jongetje dat omkomt bij een auto-ongeluk? Zijn dood betekent de redding van een driejarig Arabisch meisje met een ernstige hartafwijking. Zodra het meisje Reem is ontwaakt uit de narcose na de operatie, vraagt zij haar moeder om een joods snoepje waarvan zij de naam niet kon kennen…

Pearsalls boek levert spannende vragen op die de fundamenten van de wetenschap aantasten.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Wanneer je discussie over orgaandonatie wilt voeden én dit waardevolle informatie vindt, stuur dit artikel dan door naar familie en vrienden.

Marieke de Vrij heeft een boekje geschreven over de energetische kanten van orgaandonatie. Wanneer je hierin geïntresseerd bent, kun je op deze site kijken. Kijk bij ‘Bestelling publicaties’, halverwege de lijst met publicaties. Een eye-opener..!

* * *

Ongestoord Sterven

In dit kader willen we hier ook aandacht geven aan een boek, dat tot op heden sterk is onderbelicht in de hele discussie over orgaandonatie. Het gaat over het boek ‘Ongestoord Sterven’ van Renate Greinert. Het is geen vrolijk boek, maar -zoals we dat zo lekker roepen altijd-  ‘de keiharde werkelijkheid’.

Van de achterflap:

De dood die de transplantatieartsen nodig hebben om levende organen te verwijderen, noemt men hersendood. Wanneer iemand hersendood is, is de stervensfase nog niet voorbij. Een mens is tijdens deze fase nog voor 97 procent in leven – ook al zal een ‘hersendode’ zonder de hulp van apparatuur hoogstwaarschijnlijk geen overlevingskans hebben.

Desalniettemin, zo vraagt Renate Greinert zich in dit alarmerende en bij tijd en wijle shockerende boek af: heeft niet ieder mens het recht om ongestoord te sterven?

De auteur, moeder van een zoon, die in 1985 op 15-jarige leeftijd na een verkeersongeval hersendood werd verklaard en wiens organen zijn uitgenomen voor transplantatie, heeft vanaf die tijd vanuit een gevoel van schuld, woede en machteloosheid onderzoek gedaan naar de wetenschappelijke, psychische en ethische aspecten van orgaandonatie en hersendood.

Door haar toestemming tot orgaanuitname is zij in een psychische crisis geraakt, die zij slechts te boven is gekomen door het geven van lezingen en interviews. Zij stelt zich zeer kritisch op over de manier waarop de medische wetenschap gericht is op het leven van de orgaanontvanger en de afronding van het leven van de stervende (is nog wel een levend mens) en zijn familie uit het oog verliest.

Op zorgvuldige wijze, heen en weer geslingerd door haar emoties en de pogingen om rationeel commentaar te leveren, weet zij vanuit haar personlijke betrokkenheid een discussie op gang te brengen over zowel de medische als de ethische en spirituele aspecten van orgaandonatie.

Met een uitgebreid voorwoord door Pim van Lommel (‘Eindeloos bewustzijn’*), enkele noten en adressen voor meer informatie in Nederland en Belgie.

Cardioloog Pim van Lommel verrichtte baanbrekend werk op het gebied van bijna-dood-ervaringen.

“Pim van Lommel beschrijft hierin wat hersendood nu eigenlijk is en waarom je als je overleden bent nog minimaal drie dagen boven de grond moet blijven. Dat is niet alleen maar om de nabestaanden afscheid te kunnen laten nemen. Onbewust voelen wij als mensen aan dat sterven een proces is en dat het dus in fasen verloopt.

Als je hersendood bent klopt je hart nog (kunstmatig) en is je lijf nog warm. Toch is dat het moment waarop transplantatie artsen de vraag stellen aan de nabestaanden : “Hoe denkt u over orgaan donatie ? U kunt het leven van een ander redden door de organen van … af te staan, dan leeft … nog door in een ander..”

In de chaos en wanhoop van alles rondom de sterfte van een geliefde nemen mensen een beslissing. Vaak blijkt achteraf dat er veel schuldgevoelens zijn bij deze nabestaanden. Is er inbreuk gepleegd op het stervensproces ? Heeft … geleden tijdens de uitname ?

Vragen die niet meer beantwoord kunnen worden.

Waarom vullen zoveel mensen het donorcodicil niet in ondanks groots opgezette campagnes ?

Ik denk dat de weerzin voor de ontheiliging van het lichaam, maakt dat mensen afhaken.Volgens Pim van Lommel en Renate Greinert zou iedereen op de hoogte gebracht moeten worden van het feit dat sterven een proces is wat enkele dagen in beslag neemt en niet enkele uren zoals wordt gedacht. Ook is het heel vreemd dat bij de “overledene” die hersendood is en dus nog warm narcose wordt toegediend voorafgaand aan de uitname. Waarom zou je iemand die ‘dood’ is onder narcose moeten brengen ?

De enige optie, volgens hen, voor zieken en wachtenden op de Eurotransplant lijst is accepteren dat het leven vergankelijk is, want zo vragen zij zich af, is het leven van een zieke/ potentiële ontvanger meer waard dan die van degene die sterft, de potentiële donor ?

En dus staat op mijn donorcodicil nog steeds optie 2 aangevinkt; nee, ik wil geen donor zijn na mijn overlijden. Hoe kun je dan toch een ander vragen zijn of haar nier aan jou te doneren ?

Doneren is het synoniem van geven, schenken, aanreiken, een gunst of weldaad verlenen volgens de dikke van Dale. Doneren, geven kun je op vele verschillende manieren doen. Geven is een daad van liefde ten opzichte van je medemens en zou altijd onvoorwaardelijk moeten zijn. Toch blijft het een dit dilemma. Moet het inderdaad oog om oog, tand om tand, orgaan om orgaan zijn of mag je het begrip doneren ruimer zien ? Ik heb mijn dilemma voorgelegd aan een nierpatiente en zij was van mening dat het zo zwart wit niet hoeft te zijn. Zij heeft een nier ontvangen van een overleden jongen van 18 jaar en is er zielsblij mee maar zij vind niet dat zij nu eenzelfde geschenk zou moeten doorgeven aan een ander. Je kunt de mensheid op meerdere manieren dienen.

Dan nog blijft de vraag, mag ik een ander zomaar om een nier vragen ? Kan ik dat ethisch gezien maken ? Moet ik niet eerst alle mogelijkheden tot eventuele zelfgenezing bekijken en doorleven ?

Bron: http://www.wanttoknow.nl

Advertenties